vetpercentage meten en berekenen

De Body Mass Index (BMI) houdt geen rekening met de hoeveelheid vet en spiermassa een persoon bezit. Omdat door deze tekortkoming van de Body Mass Index vaak een vertekend beeld wordt gegeven, bespreken we hier het vetpercentage. De verhouding tussen uw totale lichaamsgewicht en de hoeveelheid vet u bezit, wordt uitgedrukt in het vetpercentage. Het is een handig gegeven voor personen die willen weten of ze vorderingen maken. Ze gaan bijvoorbeeld meermaals in de week gaan krachttrainen, maar volgens de weegschaal verzwaren ze. Goed mogelijk, daar de spieren zorgen voor een toename van het gewicht. Het vetpercentage kan hier dan een oplossing bieden. Is er minder lichaamsvet aanwezig? Indien ja, dan is er sprake van positieve vorderingen.

In tegenstelling tot het berekenen van het BMI, is het berekenen van het vetpercentage niet zo’n makkelijke taak. U hebt een vetpercentagemeter nodig en ook een persoon die de meting kan uitvoeren. De meting moet nauwkeurig uitgevoerd worden en er is dus geen plaats voor fouten. Artsen en sportspecialisten kunnen vaak dergelijke meting uitvoeren. Het is ook mogelijk om zelfstandig de meting uit te voeren. Maar, zoals reeds gezegd, is zeer makkelijk om fouten te maken en op deze manier een vertekend beeld te krijgen.

Na het meten van uw vetpercentage – de resultaten vergelijken met de algemene richtlijnen

Vetpercentages mannen te laag goed te hoog veel te hoog
Leeftijd van 20 tot  39 – 8% 8% tot 20% 20% tot 25% 25% +
Leeftijd van 40 tot  59 – 11% 11% tot 22% 22% tot 28% 28% +
Leeftijd van 60 tot  79 – 13% 13% tot 25% 25% tot 30% 30% +
Vetpercentages vrouwen te laag goed te hoog veel te hoog
Leeftijd van 20 tot 39 – 21% 21% tot 33% 33% tot 39% 39% +
Leeftijd van 40 tot 59 – 23% 23% tot 34% 34% tot 40% 40% +
Leeftijd van 60 tot 79 – 24% 24% tot 36% 36% tot 42% 42% +

 

Weetje: bij een vetpercentage van 12-14% worden de buikspieren zichtbaar. Train dat vet weg en de spieren zullen automatisch zichtbaar worden.

Comments are closed.